Vluchteling, mei 1940

Wanneer de Duitse legers in de meidagen van 1940 de lage landen binnenvallen, besluiten A. den Doolaard en zijn vrouw Erie voor de oprukkende legers uit naar het zuiden te vluchten. Vanuit Heide-Kalmthout in Belgie, waar ze op dat moment wonen, fietsen ze in een aantal dagreizen naar Parijs. Daar aangekomen schrijft den Doolaard voor het Bataviaasch Nieuwsblad een verslag van hun vlucht en een artikel over de zoektocht van en naar in de chaos uit het oog verloren kinderen, de klaagmuur der kinderen.

Nóg kunnen wij niet gelooven, dat de vijand vluchtelingen bombardeert, maar weldra komt de vreeselijke vuurdoop. Voorbij een spoorwegovergang zit een gansche kolonne boerenkarren, auto's, fietsers bekneld in een nauwe dorpsstraat. In de verte klinkt opeens het razend geronk van onzichtbare vliegmachines. (...) Van honderden meters hoogte komen de wreede Messerschmidts omlaagrazen, niet op het station, maar op de radelooze vluchtelingen. 500 meter buiten het dorp beginnen zij hun bommen omlaag te spuwen. Wij tuimelen van de fietsen, worden een huis ingetrokken, rollen den kelder in, en wachten op den dood, die suizend en knetterend nederkomt.

Wij krimpen ineen, klein en weerloos. Een knal links, een knal rechts — wij zijn gespaard; weer mogen wij een uur leven tot het volgend bombardement. Wanneer wij op straat komen zien wij onze eerste dooden. Dwars over den weg ligt een oude boerenvrouw. De franje van haar zwarte omslagdoek is donkerrood van bloed; haar rechterheup is half weggeslagen.

Manuscript

Volgens het Bataviaasch Nieuwsblad had den Doolaard op zijn vlucht een halve roman meegenomen. Waarschijnlijker is dat het het manuscript betreft van een boek over de geschiedenis van de ontdekkingsreizen, waaraan hij op dat moment werkte.

Stukje over A. den Doolaard als vluchteling
Bataviaasch Nieuwsblad, 12 juni 1940

Parijs en verder

In Parijs vinden Bob en Erie al snel werk bij de inderhaast opgerichte radiozender Vrij Nederland, maar al na enkele weken wordt duidelijk dat ook Parijs gevaar loopt. Kort voor de val van Parijs in juni 1940 vluchten Bob en Erie per fiets verder naar het zuiden.

Op 17 september 1940 meldt het Bataviaasch Nieuwsblad over den Doolaard: "Hij doorkruiste Belgie te midden van de gevechten en bereikte Parijs. Wat er verder van hem geworden is kan niemand zeggen." Zijn boeken worden kort daarna in Nederlandse schoolbibliotheken verboden vanwege de 'anti-Duitsche strekking'. 

In Bordeaux missen ze op een haar na het schip waarop Marsman en zijn vrouw uit Frankrijk vertrekken. Dit schip, de Berenice, wordt even later getorpedeerd waarbij vrijwel alle opvarenden omkomen. Bob en Erie duiken onder in de Auvergne in midden-Frankrijk.

September1940
Bataviaasch Nieuwsblad, 17 september 1940

In juli 1941 weten A. den Doolaard en zijn vrouw Erie met behulp van de Nederlandse consul Sevenster uiteindelijk via Portugal naar Londen te ontkomen, waar hij gaat werken bij radiozender De Brandaris.  

Gerelateerd

Op bezoek bij Bob en Erie in Heide-Kalmthout (1939) 
Brieven naar Heide-Kalmthout (1945)
Laatste uitzending De Brandaris

Oud-Praag (1931)

In 1931 beschreef A. den Doolaard in dagblad De Tijd de toeristische hoogtepunten van Praag

Uit het Buitenland ---- Oud-Praag

Veel ook nu nog te bezichtigen plekken passeren de revue: de pleinen, de astronomische klok, de kerken, de vele eetgelegenheden met hun worsten, het Joods kerkhof, de Karelsbrug en de Praagse Burcht.  

Het is of de bouwmeesters eeuwen lang hun best gedaan hebben van deze stad een museum te maken.

de St.Nicolaaskerk te Praag

De Tijd, 18 januari 1931

Gerelateerd

Praag, de stad der eters
Op bezoek bij president Benes thuis

Erie schrijft: Kerstmis in de USA (1949)

In 1949 woonden A. den Doolaard en zijn vrouw Erie met hun jonge dochters Milja en Branda in de Verenigde Staten, waar A. den Doolaard werkte als correspondent voor dagblad de Gelderlander en schreef aan het deel van Kleine mensen in de grote wereld dat zich in de USA afspeelt. 

Kop krantenartikel

Erie schreef zowel in Amerika als later in Joegoslavie af en toe ook observaties voor de Gelderlander. In december 1949 verwonderde ze zich over de manier waarop in Amerika kerst werd gevierd:

De brievenbussen zijn te klein om alle catalogi te verwerken, en sommige kranten hebben zelfs een apart supplement van een of ander warenhuis, waar vele honderden Kerstgeschenken in staan afgebeeld. Het kost uren om alles goed te bekijken, maar je komt dan ook steeds voor verrassingen te staan, zowel wat betreft vernuft als smakeloosheid.

De Kerstman wordt 'Santa Claus' genoemd, een gecommercialiseerde nazaat van de Sinterklaas, die de Nederlanders in de 17e eeuw meebrachten naar de Nieuwe Wereld. De naam is dan ook de enige overeenkomst tussen de Amerikaanse en onze Sinterklaas. Inplaats van een mijter draagt hij een soort slappe slaapmuts, en zijn rode broek is op kozakkenmanier in een paar heldhaftige zwarte laarzen gefrommeld. 

Hij maakt allerminst de indruk van een heilige, maar ziet er eerder uit als een Bacchus, die niet alleen de drank doch ook de maaltijden zijn grote liefde betuigt. 

... in geen van de vele honderden artikelen die ik tot nu toe over het Kerstfeest gelezen heb, wordt ook maar zijdelings vermeld dat dit het geboortefeest van Christus is. 

Maar laat ik besluiten met een beter aspect van de Amerikaanse Kerstmis: de liefdadigheid. De 'New York Times' wijdt twee weken lang elke dag een bladzijde aan uitvoerige beschrijvingen van hulpbehoevenden, die steun nodig hebben. En het geld stroomt binnen, vooral van kleine lieden.

Gerelateerd

Erie Spoelstra
Onderweg naar correspondentschap in Joegoslavie
Archief dagblad De Gelderlander tot 1956 online
Kersttocht per ski naar het St-Bernardsklooster

Bob Dylan

De journalist Rolf Hoekstra sprak in januari 1971 in Hoenderloo met A. den Doolaard. Het interview verscheen in de Nieuwe Leidsche Courant van 30 januari 1971 en had als kop Dronken van het leven maar niet bang voor de dood

Nu Bob Dylan de Nobelprijs voor de literatuur heeft gewonnen is het leuk om te kijken wat A. den Doolaard in dat interview over Dylans poëzie zei:

Fragment interview met A. den Doolaard over poezie en Bob Dylan
Je kunt het gek vinden voor een oude knar van zeventig, maar ik heb het boek stukgelezen.

Gerelateerd

Biografie A. den Doolaard: Dronken van het leven

Reacties zijn welkom

Ik vind het leuk om reacties te krijgen, dus reageer gerust wanneer je vragen, opmerkingen of aanvullingen hebt. 

Reageren kan onder elk artikel