Het woeste hart van een woest land

In de boekenbijlage van de Volkskrant van zaterdag 17 november 2012 verscheen een recensie van het (foto)boek Een fascinatie voor Theth van Gerda Mulder en Herman Zonderland. Over dit boek en de presentatie ervan in het Nederlands Fotomusuem berichtte ik al eerder. Het boek werd door recensent Olaf Tempelman vier sterren toegekend. In het paginagrote krantenartikel krijgt A. den Doolaard, net als in het boek, een belangrijke plaats vanwege zijn verblijf in Theth in de vroege jaren dertig en zijn boek De herberg met het hoefijzer dat zich in Theth afspeelt.

Krantenartikel bovenste helft

Krantenartikel onderste helft

Op de site van de Volkskrant staat de tekst van het artikel, helaas zonder foto's.
Er is ook een aparte Facebook pagina over Een fascinatie voor Theth.

Ras el Gua, Poste du Sud

Van de heer Boudewijn Hellebrekers, zoon van A. den Doolaards vriend en reisgenoot Fons Hellebrekers, ontving ik het boek Ras el Gua, Poste du Sud. Roman des Sables van René Guillot.

Titelpagina van het boek

Dit franstalige boek uit 1936 is ooit eigendom geweest van A. den Doolaard, die het bij zijn vriend Fons in bewaring gaf en nooit kwam ophalen. Boudewijn Hellebrekers mailde daarover:

"Het is afkomstig uit de boeken en andere spullen die hij in het begin van de oorlog bij mijn vader heeft opgeslagen, voordat hij het land ontvluchtte. Een deel van die opgeslagen boeken heeft hij, ondanks aanmaningen van mijn vader, nooit opgehaald.

Wel merkwaardig dat hij in 1936 nog met zijn burgernaam tekende terwijl hij al publiceerde onder zijn pseudoniem."

Handtenening C. Spoelstra

handtekening 'C. Spoelstra' voorin het boek  

Filmposter Fort de la SolitudeVerfilming

In 1948 werd het boek verfilmd als Fort de la Solitude.

In de beschrijving van cinema.nl:

"Een verhaal dat speelt in de Sahara ten tijde van het Vreemdelingenlegioen, vermengd met een trieste geschiedenis rond moord, diefstal en wraak in Parijs."

Toontje

Onlangs (her)ontdekt: de tekst van de column die A. den Doolaard in 1974 schreef na een bezoek dat Toontje vanuit Amerika bracht aan de familie Spoelstra in Hoenderloo.

Toontje

Dezer dagen kwam onze vriend Toontje weer eens vanuit Los Angeles aandwalen. Nog steeds zo jong van uiterlijk dat het niet bij ons opkwam hem, nu dik in de veertig, eindelijk "Antoon" te noemen, hoewel hij wel een gezeten accountant is met vrouw, drie kinderen en een eigen huis. Toen ik in 1953 kennis met hem maakte bezat hij enkel een rugzak en een geweldige portie lef en levensmoed. Als correspondent voor deze bladen in Joegoslavië toevend kreeg ik toen opdracht om de toestanden in Griekenland te gaan verkennen. Op de toen nog doodeenzame weg tussen Ljubljana en Zagreb stopte ik voor de opgestoken duim van een lifter die zijn rug had opgeluisterd met een rood-wit-blauw vlaggetje. Waar hij heen wou? "Australië" zei hij zonder aarzelen, met een brede, vertrouwenwekkende glimlach vanuit zijn zonnige blonde koppetje dat mij, vroege vijftiger, zeer kinderlijk aandeed.

Wat moet je, zelf aardszwerver, op zo'n gedurfde programma-verklaring antwoorden? "Prima", zei ik, "dan kan je meeliften tot Athene". "Mieters", lachte hij, "alweer een stukkie zonder blaren". Waarom hij aan de zwerf was gegaan? "Een maand geleden m'n accountantsdiploma gehaald. Toen zei ik tegen mezelf: Toontje, nu of nooit. Eer je braaf gaat vastroesten in die pokkezaak van je vader en aan een meisje verslingerd raakt moet je eerst een stuk van de wereld zien". En nu was hij onderweg met een rugzak en honderd gulden.

Een klein jaar later kreeg ik een briefkaart van hem uit Sydney. "Ben er. Bijna verdorst in de Sindwoestijn. Een flikker van een Muselman wou me te lijf, en toen ben ik uit z'n vrachtauto gesprongen. In Bombay platzak. Raakte in kroeg verwikkeld in gevecht van een stel opiumsmokkelaars om de winstverdeling. Heb hun warwinkelboekhouding uitgezocht en verdiende daarmee m'n passage naar westkust Australië. Wou kangoeroes zien maar raakte dag in de bak omdat ik met autodieven had gelift, wist ik veel. Ben nu bouwvakker, spaar voor terugreis".

De terugreis voerde hem behalve over ons land ook door Duitsland, waar hij smoorverliefd werd op een Amerikaanse secretaresse, met wie hij zich een paar jaar later bij Los Angeles vestigde als accountant. Hij werd een echte Amerikaan en toch weer niet. Toen we op een middag aan de boterham zaten kwam hij onverwacht aan de telefoon vanuit Amerika's westkust: "Zit hier op een pokken-party die ik namens m'n baas moest geven. Allemaal maffe zakenlui, verveel me rot. Ik wou even een vertrouwde stem horen".

En die vertrouwdheid was er ook nu dadelijk weer. Hij was komen overwippen om zoals hij het zei "vóórafscheid" te nemen van zijn bedaagde moeder en een hele zwik dito omes en tantes. Hoe de zaken gingen? "Mieters. Ik ben nu zelfstandig en noem me accountant-brandweerman. Ik leef van boekhoudingen die in de prak raken door de computers. Man, de Amerikaan gelooft onvoorwaardelijker in machines dan een ouderling in God. Dan koppelen ze een ouderwetse boekhouding aan zo'n nieuwerwetse robot en als dan alles scheef loopt bellen ze Toontje". Hij lachte smakelijk en streek z'n kuif recht. "Dan kom ik als heer vermomd opdraven en acteer de expert".

En de toestanden zoals hij die zag? "Dat de zakenlui op dit moment matig vertrouwen hebben kan ik begrijpen. Maar dat driekwart van de jeugd na de periode van Vietnamprotesten hopeloos in elkaar gezakt is maakt me zorgelijk. Nergens interesse voor dan voor zuipen en hasj. En na een paar stikkies lopen ze met een godzalige stomme glimlach rond die mij de kriebels geeft. Toch wil ik niet uit Amerika weg. Vanuit m'n huis is het een kwartier rijden naar de wildernis. Hier is het me te benauwd, er is geen vrijheid".

We wandelden op dat moment over de hei bij mijn huis, hij gaf een schop tegen en van de dozijnen bordjes 'Niet betreden' en lachte zich krom toen mijn hond z'n poot oplichtte tegen een paal met een ellenlange verbodsbepaling. "Toontje", vermaande ik, "pas op voor eenzijdigheidNet vertelde je me dat ieder verstandig mens bij jullie door de steden rijdt met de autodeuren op slot, vanwege de vele overvallen en dat je op de slaapkamer een geladen geweer hebt plus een pistool in het nachtkastje. Dat noem ik geen vrijheid maar vrijwillige opsluiting. Wij hier vergeten om de haverklap de keukendeur 's nachts af te sluiten". "Moet je in de stad proberen" schoot hij terug. "Heus, al onze misstanden krijgen jullie vijf jaar later". "Behalve dan zo'n boef als Nixon", onderbrak ik hem. "Die is voor jou", zei hij opeens ernstig. "En weet je waarom? Omdat de Amerikanen in de reclame geloven en een eigenwijze Hollander in z'n hart nooit".

A. DEN DOOLAARD

(De Gelderlander, 16 augustus 1974)  

En over de naam 'Toontje' schreef de persoon in kwestie me onlangs vanuit Amerika in een PS van een mail, in zijn ietwat roestige (want al jarenlang ongebruikte) Nederlands: "Het was alleen maar Bob en Erie die mij Toontje noemden en heb ik daar geen bezwaar over".

Gerelateerde berichten

Toontje Hansen krijgt een lift van A. den Doolaard door Joegoslavië en Griekenland (1954)

Woelwijk

Van februari 1928 (tenminste) oktober 1927 tot augustus 1929 bewoonde A. den Doolaard een kamer in boerderij Woelwijk in Voorburg. Toen G.H. 's-Gravesande hem kwam interviewen voor het blad Den Gulden Winckel beschreef hij de binnenkomst als volgt:

Een winteravond. Een donkere weg. Een oude boerderij, die Woelwijk heet. Ik belde aan en werd door gangen en langs trappen naar boven geleid.

‘Gaat u maar binnen, meneer is even uit, hij weet, dat u komt.’

Een vierkant vertrek. In het midden een lage bank met boeken en tijdschriften. Een tafel met een schrijfmachine; tegen de muren open kasten met boeken. Aan den wand houtsneden van Cantré en Franken en eenige reclame-platen. In den hoek twee ski's en bij de open haard-kachel twee Noorsche schaatsen.

Even later komt den Doolaard binnen, in zijn hand een bak met anthraciet en een zak koekjes. Hij is in een licht-blauwe trui gekleed en lijkt nog grooter dan hij in werkelijkheid is.

Boerderij Woelwijk bestaat nog steeds, en is te vinden op Oosteinde 193 in Voorburg.

Deur met opschrift Woelwijk
Ingang boerderij Woelwijk, september 2012.

Update

A. den Doolaard woonde al eerder dan in februari 1928 in Woelwijk, blijkt uit een brief uit het Letterkundig Museum. In deze brief van C. Spoelstra aan Menno ter Braak van 28 oktober 1927 geeft de schrijver Woelwijk als adres op:

Adres C Spoelstra (briefhoofd)

Opvallend aan deze brief is ook de ondertekening ervan, niet met A. den Doolaard maar als C. Spoelstra jr.:

Handtekening C. Spoelstra jr.

Andere adressen van A. den Doolaard

Copernicusstraat 126, Den Haag
Loskade 27, Middelburg
Huize de Sardijngeul, Vlissingen
Villa Deneš, Lovran (Kroatië)
Hoenderloo, Miggelenbergweg 51

Die blauwe kar - op zoek naar de Bugatti van A. den Doolaard

Update 23 september: afbeelding en geluidsfragmenten toegevoegd

In zijn autobiografie 'Het leven van een landloper' beschrijft A. den Doolaard hoe hij, nadat hij in 1928 ontslag heeft genomen bij de BPM, een cheque van het voorzieningenfonds van de BPM van bijna 7000 gulden ontvangt. Hij gebruikt dit geld om autorijlessen te nemen en koopt 'een tweedehands renwagen, een Bugatti'.

Over deze Bugatti wordt verder alleen nog gemeld dat hij deze op de terugweg van een verblijf in Parijs in niet geheel nuchtere staat tegen een boom aanrijdt in de buurt van Maubeuge.  

Tot voor kort was ik er niet in geslaagd meer te weten te komen over deze Bugatti, waarvan ik ook geen foto's heb kunnen vinden. Ook de biografie van Hans Olink vermeldde niet veel meer over deze auto dan al bekend was.

Bugatti Type 35 T

Afbeelding: een blauwe Bugatti type 35 uit de jaren '20

LogoschildjeKort geleden werd ik echter benaderd door Bart Oosterling, die in samenwerking met de Bugatti Club Nederland op zoek was naar informatie over deze Bugatti. Hij schreef, nadat ik de mij bekende gegevens over deze auto aan hem had gemaild: "Er waren destijds maar enkele race-Bugatti’s in NL. Eén ervan is verdwenen.De rest is allemaal te verantwoorden en/of bestaat nu nog. Door te puzzelen is de conclusie te trekken dat de verdwenen auto met zeer grote zekerheid de auto van den Doolaard/Spoelstra moet zijn geweest."

Ook stuurde Bart me enkele artikelen over de eigenaar van deze verdwenen Bugatti, ene Cor van Hulzen uit Bussum, een coureur en inrijder van Bugatti's die in totaal 3 race Bugatti’s heeft gehad. De auto in onderstaande advertentie (NRC 18 november 1928) betreft waarschijnlijk zijn eerste Bugatti, type 35, die Den Doolaard dan van hem gekocht zou hebben.

krantenadvertentie

Artikel met foto en interview met Cor van Hulzen

Zoals te lezen in het bijgaande interview met Van Hulzen was zijn eerste Bugatti, waarnaar hij verwijst met 'Die blauwe Kar', een tweeliter type 35, '8-cylinder met twee caburateuren, doch zonder compressor'. Met deze auto was hij naar de Bugattifabriek in Molsheim gereden om daar de auto af te laten stellen voor de eerste race, bij welke gelegenheid Van Hulzen Ettore Bugatti zelf had ontmoet.

Met de nu bekende informatie wordt nu verder gezocht naar de verdwenen 'blauwe kar'. Wordt ongetwijfeld vervolgd...

Gerelateerde berichten

De Bugatti van Den Doolaard (AD/Haagse Courant, 2006)

Geluidsfragmenten

A. den Doolaard vertelt over de aanschaf van zijn Bugatti (geluidsfragment 1 uit OVT) en over hoe hij die Bugatti weer kwijtraakte (geluidsfragment 2 uit OVT)

Reacties zijn welkom

Ik vind het leuk om reacties te krijgen, dus reageer gerust wanneer je vragen, opmerkingen of aanvullingen hebt. 

Reageren kan onder elk artikel