Historische kranten (7): Zwerftochten door Frankrijk

In een serie artikelen in Het Vaderland beschreef A. den Doolaard in 1930/1931 de belevenissen tijdens zijn zwerftochten door Frankrijk. Deze ervaringen dienden ook als inspiratie voor het boek De druivenplukkers (waarin André ook weer een belangrijke rol speelt).

klik op de afbeeldingen om naar het volledige artikel te gaan (Historische kranten, Koninklike Bibliotheek).

De maaltijd van twee vagebonden

In De maaltijd van twee vagebonden ontmoet Den Doolaard opnieuw de zwervende arbeider André, die hem leert om onderweg zijn kostje bij elkaar te scharrelen:

Toen we een uur later weggingen, lieten we slechts eenige tot het uiterste afgelikte beentjes achter. „En dan zeggen ze nog dat lekker eten duur is", hoonde André. En toen ik hem op zijn geweten wees. antwoordde hij stomverbaasd: „Gappen? Welnee! Wanneer 't nou uit een winkel was.... Maar alles wat onder de vrije hemel groeit en bloeit en gakkert, is toch net zoo goed van mij als van iemand anders?" Tegen welke gewaagde filosofie ik niets kon inbrengen, vooral omdat de leghorn overheerlijk gesmaakt had....

Deel krantenartikel 'De maaltijd van twee vagebonden' door A. den Doolaard

Door Frankrijk op een spatbord

Zijn ervaringen met het liften legde A. den Doolaard vast in Door Frankrijk op een spatbord:

Kort en goed: ik zat in Noord-Frankrijk en wou naar het Zuiden. Nu bezit Frankrijk, gelijk bekend is, een uitgebreid spoorwegnet. Maar een echte zwerver vindt spoorwagens vies en verachtelijk. Ze zijn slecht geventileerd en kosten geld om in te rijden. Ze zijn een massa-artikel en een vagebond wenscht particulier bediend te worden. Ook loopen langs de spoorbaan geen kippen en het vangen van andermans hoenders in tijd van hongersnood is een van de achtenswaardigste tijdpasseringen des zwervers

De weg dus! Maar de weg is langer dan hij breed is. Honderden kilometers asphalt verslijten iemands schoenen en goed humeur....

Laat ik u nu bekend maken met de geheime formules der spatbordrijders

Deel van het krantenartikel 'Door Frankrijk op een spatbord' van A. den Doolaard

Gestoorde nachtrust

Waarom het gebruikmaken van spoorwagons als onderkomen voor de nacht niet altijd goed uitpakt, lezen we in Gestoorde nachtrust:

Deel van het krantenartikel 'Gestoorde nachtrust' van A. den Doolaard

"Want het recht op ongestoorde nachtrust is nu eenmaal het onvervreemdbaar erfdeel der mensheid.

A. den Doolaard"

Lezing bij de Bijenkorf Den Haag

In een lezing over 'Reizen en schrijven' bij de Bijenkorf in Den Haag ging Den Doolaard in februari 1931 verder in op zijn zwerftochten. "Men moet reizen zonder Guide Bleu en alles overlaten aan het lot, dan brengt iedere dag nieuw geluk".

Advertentie "Lezing en tentoonstelling moderne literatuur"DeelverslaglezingAdenDoolaard

Verslag lezing Reizen en schrijven

 

 

Gerelateerd

Meer over het ontstaan van De Druivenplukkers
Op de foto tijdens de tocht door Frankrijk
Lezing Bijenkorf Amsterdam, 1934: Strooptochten door de Balkan

Historische kranten (6): Twee nachten in de Sneeuw

Onze Aarde 1931A. den Doolaard schreef voor het tijdschrift Onze Aarde de bijdrage Twee nachten in de Sneeuw over nachtelijke ski-avonturen in het gebied van de Mont Blanc. Het doel van die tochten was om de top van de Buet, die het mooiste uitzicht op de Mont Blancgroep geeft, tegen zonsopgang te bereiken.

Dagblad het Vaderland citeerde het artikel in januari 1931:

"De vorige nacht was gemeen zwart en de versche sneeuw rutschte verraderlijk omlaag. Er waren veel „windschilden" (door den wind gevormde platen oppervlakte sneeuw, die los op de poedersneeuw daaronder rustten en daarmee omlaag glijden, wanneer ze onder den druk van de ski door breken). We stegen voorzichtig, opeens een dubbele kreet: we tolden met een losgebroken windschild veertig, vijftig meter omlaag. Toen we onze ski's, beenen en stokken weer evenwijdig hadden, merkten we, dat we op den rand van een afgrondje van een honderd meter waren. We hadden er genoeg van, zwoeren onder het inslikken van eenige druppels Hennessy voor den schrik, nooit meer 's nachts naar hutten te gaan zoeken, gleden stevig remmend een paar honderd meter omlaag, vonden een geweldig rotsblok waar rond de wind een diepe geul geveegd had, deponeerden onze stokken en ski's kruiselings In deze holte, en hielden ons verder bezig met het verorberen van groote hoeveelheden soep. De avond werd doorschoten door lichtende sterreregens, maar weldra hadden we genoeg van dit grootsche schouwspel en kropen samen in den nauwen éénmansslaapzak, die hoog en droog op de zolen der vier ski's lag. Een deken rond de hoofden en een rond de voeten, voltooiden de vreemde slaapkamer. En we sliepen!

Zeven uur. Het eerste gele licht. We rekten een kwartier lang onze stijve, doove ledematen uit en ontbeten spaarzaam. Om acht uur waren we op weg. Om negen uur hadden we het voor driekwart warm. Om tien uur sloegen we onze verkleumde beenen met den steel van de ijsbijl weer levend. Om elf uur waren we op den top. Het was windstil en we zetten thee boven op de oriënteertafel."

Gerelateerd

Andere bijdragen van A. den Doolaard aan Onze Aarde vond ik al eerder bij de Koninklijke Bibliotheek

Historische kranten (5): Malissoren-lied over Mei-prijs

In 1934 weigerde A. den Doolaard de aan hem toegekende Mei-prijs voor zijn boek De herberg met het hoefijzer, omdat hij die moest delen met Jan Engelsman met de dichtbundel Tuin van Eros.

Tijdens de vergadering waarop de prijs wordt bekendgemaakt, neemt A. den Doolaard het woord en verklaart:

"Het spreekwoord zegt: ‘Gedeelde vreugde is dubbele vreugde’. Er is echter tusschen vreugde en een literatuurprijs dit verschil, dat voor mij een halve prijs gelijk staat met géén prijs. En ik meen hier in alle bescheidenheid de jury op een volslagen misvatting van haar taak te moeten wijzen. Indien zij een prijs, die oorspronkelijk voor een boek bestemd is, in tweeën deelt, dan blijkt hieruit duidelijk, dat zij de bekroonde boeken geen van beide den vollen prijs waard acht. Ergo: zij had noch het eene, noch het andere moeten bekronen. Maar iedereen die eergevoel bezit, zal met mij getroffen worden door het lichtelijk beleedigende en belachelijke van een halve bekroning. Kunt u zich een koning voorstellen, die halverwege met hermelijn bekleed is, en met zijn andere lichaamshelft in colbert loopt? Die links van zijn scheiding de helft van een in tweeën gekapte kroon draagt, en rechts enkel doodgewoon haar? Neen, immers. En dit is de voornaamste reden waarom ik de prijs weiger.

Maar er is meer. De Jacob Mees (Mei)-prijs is door den schenker bedoeld als prozaprijs; en dat de helft ervan aan een bundel poëzie wordt toegekend, die bovendien eerverleden jaar verscheen, is een groote onrechtvaardigheid tegenover eenige prozaïsten, die reeds lang voor den prijs in aanmerking kwamen; een onrechtvaardigheid, die ik door aanvaarding van de andere helft stilzwijgend zou goedkeuren. Ik noem in dit verband slechts Albert Kuyle en Albert Helman. Bovendien is de prijs in eersten aanleg bestemd voor een boek spelende in de zakenwereld; en het zal den schenker ongetwijfeld vreemd aandoen hem verdeeld te zien tusschen een hovenier in den tuin van Eros en een beschrijver van woeste Malissoren die op bloedwraak uittrekken.

(...)

Ik ben er mij volkomen bewust van, dat deze weigering een klap in het gezicht der verdeelzuchtige juryleden is. Maar zij hebben er om gevraagd. Het is in dezen tijd natuurlijk moeilijk, een flinke som gelds te moeten derven. Maar ik leef liever van brood en uien in het land der woeste Malisoren, waar eer het hoogste goed is, dan mij hier lafhartig de zakken te laten vullen met geld, waarmee de gever beter en zuiverder bedoelingen had. Bovendien verbiedt mijn eergevoel mij, mij de linker- of rechterhelft van een in tweeën gezaagde kroon op het hoofd te laten zetten. Er is reeds genoeg halfheid in dezen tijd. In vredesnaam nog geen halve bekroningen."
(bron: Nop Maas, De Mei-prijs van de Maatschappij, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1989)

Spotdicht

Anton van Duinkerken reageerde hierop met onderstaand Malissoren-lied (bron: de Gelderlander, 23 juni 1934), waarmee hij suggereert dat het Den Doolaard bij de weigering te doen was geweest om de publiciteit, om daarmee de verkoop van zijn boeken te bevorderen:

Krantenartikel met vers van Anton van Duinkerken over Mei-prijs 1934Spotprent over verdeling prijzen oa meiprijs 1934

Klappen

In A. den Doolaard; portret van een kunstenaar (1982) van Hans van de Waarsenburg verklaarde A. den Doolaard over zijn reactie op deze beschuldigingen:

"Van Duinkerken beschuldigde mij ervan, dat ik de prijs opzettelijk geweigerd had, om zo de verkoop van De herberg met het hoefijzer te bevorderen. Ik vond dat een smerige en vuile aantijging. Een paar dagen later ben ik met een getuige naar het gebouw van De Tijd gegaan. Daar heb ik me laten aandienen. In een spreekkamer moest ik even wachten. Na enkele ogenblikken kwam Van Duinkerken binnen en zette grote ogen op. Ik maakte hem duidelijk dat hij deze grove insinuatie moest terugnemen, maar Van Duinkerken bleef bij zijn standpunt. Hij vond dat hij de waarheid geschreven had. Toen heb ik hem voorgesteld om samen naar  het Vondelpark te gaan, omdat dat de naaste grazige plek in de buurt was. Daar had hij ook geen zin in, waarop ik hem enkele dreunen verkocht heb. Onder het uitstoten van enkele kreten heeft Toon de wijk naar de zetterij genomen. Daar was het incident mee afgelopen."

Vond je het normaal dat je een collega een paar vuistslagen toediende?

"In die tijd was dat niet zo abnormaal. Er werd veel gevochten. Je kon je toen ook gemakkelijk kwaad maken. Vooral op critici, want zij wisten je agresieve gevoelens nog al eens op te wekken."  

Gerelateerd

Krantenarchief de Gelderlander online
Op bezoek bij Boet Kokke, die zich een deel van het spotvers nog wist te herinneren (2007)
Ronald Naar op bezoek bij de Malissoren (1996)
Het vuistrecht in de kunst (1932)

Stürme über dem Mont Blanc

In 1929 verbleef A. den Doolaard in het bergdorp Chamonix in de Franse Alpen, toen daar de filmtroep van de destijds bekende Duitse regisseur Dr. Fanck neerstreek om er een film op te nemen.

Film

De vrouwelijke hoofdrol van de film 'Stürme über dem Mont Blanc' werd gespeeld door de 26-jarige Leni Riefenstahl, "een knappe meid met kastanjebruin haar", aldus Den Doolaard. Een andere hoofdrol werd gespeeld door Ernst Udet, een legendarische oorlogsvlieger uit de Eerste Wereldoorlog. Omdat niemand van de groep behoorlijk Frans sprak, lukte het Den Doolaard om zich als tolk en drager in te laten huren door het gezelschap.

FilmposterErnst Udet met zijn vliegtuig en en Leni Riefenstahl (inzet)

Boeken

Den Doolaard verwerkte zijn ervaringen met bergen, filmopnamen en de skisport in de (later door hem als mislukt beschouwde) roman De witte stilte en in het boek Van camera, ski en propeller - Film-avonturen en ski-onderricht in het Mont-Blancgebied.

kaft van de witte stilte

kaft van camera, ski en propeller

Fragment

De complete film (Duitstalig) staat op YouTube.

Schlafen Sie?

Leni Riefenstahl tijdens de opnamen van Stürme über dem Mont BlancJaren later schreef A. den Doolaard over zijn belevenissen met Leni Riefenstahl nog het volgende in Ogen op de rug:

"Eind april 1929 bivakkeerden we (twintig man en één vrouw) in hevige kou een week lang in de hooggelegen Depuis-hut. Ik sliep altijd in m'n eentje beneden, omdat David Zogg, toen skikampioen van Zwitserland, op de slaapzolder de barsten in de houten britsen snurkte. Op een nacht voelde ik een hand op mijn schouder en een fluisterstem vroeg 'Schlafen Sie?' Het was Leni, die op haar vlucht van de benauwde zolder in het donker haar donsdeken was kwijtgeraakt."

A. den Doolaard - Ogen op de rug (p. 28)

 

Gerelateerd

Van camera, ski en propeller
Onderweg naar de top van de Mont Blanc

Mensen / People

CasOorthuys-lachendeman1956

foto: Cas Oorthuys, Nederlands Fotomuseum

Wij westerse welvaartsblanken
Wij die zoveel weten en zo weinig begrijpen
Vooral van medemensen die er niet bijlopen naar ons confectiebeeld
Wij zeggen dat de mens een kroon van de schepping is
En de kroon op die kroon is ons hoofd
Vernufthoofd denkhoofd weethoofd
Leeghoofd dat op scholen wordt volgepompt
Met jaartallen rivieren voortbrengselen chemische formules
Hoofd vol blauwdrukken van fabrieken en betonnen geluksdozen
Thermostatisch verwarmde broedplaats voor flatneurosekinderen
En blauwdrukken van atoomraketten om onze vrijheid te verdedigen
Tegen boze bolsjewieken kinderen uit precies eendere betonnen dozen
Wij hebben zoveel aan ons hoofd dat wij er niets op kunnen velen
De vrouwen hoogstens een pruik om te pralen
De mannen steeds meer haren
Met uitzondering van militairen officieren hoofdofficieren
Die het hoofd sieren bevelspetten zo groot en plat
Dat er een helikopter op zou kunen landen
Maar dat gebeurt niet hoor daar is het hoofd te kostbaar voor
Want de hoofdfunctie van zo'n hoofd is andermans dood te bedenken
Geef uw hoofd aan een reisburea kortzichtige dwazen
Stuur het de aarde rond en kijk uw ogen uit
Op de dwazen die wijzen zijn
Op de evenwichtskunstenaars die de aarde in balans houden
En de handen vrij voor vertellende verhalen
Het hoofd is er niet enkel om te denken
Zoals de welvende aarde de bloesemhemel draagt
Ons licht onze lucht ons leven
Zo draagt hun schedelgewelf het goede ter aarde
Broden vissen koeienvlees snuisterijen bedden vogelkooien
Zij zijn ouder en volwassener dan wij
Ouder dan het denken  is het dragen van het mensenlot
Door de wereld waar eten en drinken hoofdzaken zijn

A. den Doolaard, in het fotoboek Mensen / People van Cas Oorthuys, 1969

Gerelateerd

De Contact foto-pockets van Cas Oorthuys
A. den Doolaard op foto's van Cas Oorthuys
Foto's van de monnikenrepubliek Athos

Reacties zijn welkom

Ik vind het leuk om reacties te krijgen, dus reageer gerust wanneer je vragen, opmerkingen of aanvullingen hebt. 

Reageren kan onder elk artikel