Stürme über dem Mont Blanc

In 1929 verbleef A. den Doolaard in het bergdorp Chamonix in de Franse Alpen, toen daar de filmtroep van de destijds bekende Duitse regisseur Dr. Fanck neerstreek om er een film op te nemen.

Film

De vrouwelijke hoofdrol van de film 'Stürme über dem Mont Blanc' werd gespeeld door de 26-jarige Leni Riefenstahl, "een knappe meid met kastanjebruin haar", aldus Den Doolaard. Een andere hoofdrol werd gespeeld door Ernst Udet, een legendarische oorlogsvlieger uit de Eerste Wereldoorlog. Omdat niemand van de groep behoorlijk Frans sprak, lukte het Den Doolaard om zich als tolk en drager in te laten huren door het gezelschap.

FilmposterErnst Udet met zijn vliegtuig en en Leni Riefenstahl (inzet)

Boeken

Den Doolaard verwerkte zijn ervaringen met bergen, filmopnamen en de skisport in de (later door hem als mislukt beschouwde) roman De witte stilte en in het boek Van camera, ski en propeller - Film-avonturen en ski-onderricht in het Mont-Blancgebied.

kaft van de witte stilte

kaft van camera, ski en propeller

Fragment

De complete film (Duitstalig) staat op YouTube.

Schlafen Sie?

Leni Riefenstahl tijdens de opnamen van Stürme über dem Mont BlancJaren later schreef A. den Doolaard over zijn belevenissen met Leni Riefenstahl nog het volgende in Ogen op de rug:

"Eind april 1929 bivakkeerden we (twintig man en één vrouw) in hevige kou een week lang in de hooggelegen Depuis-hut. Ik sliep altijd in m'n eentje beneden, omdat David Zogg, toen skikampioen van Zwitserland, op de slaapzolder de barsten in de houten britsen snurkte. Op een nacht voelde ik een hand op mijn schouder en een fluisterstem vroeg 'Schlafen Sie?' Het was Leni, die op haar vlucht van de benauwde zolder in het donker haar donsdeken was kwijtgeraakt."

A. den Doolaard - Ogen op de rug (p. 28)

 

Gerelateerd

Van camera, ski en propeller
Onderweg naar de top van de Mont Blanc

Mensen / People

CasOorthuys-lachendeman1956

foto: Cas Oorthuys, Nederlands Fotomuseum

Wij westerse welvaartsblanken
Wij die zoveel weten en zo weinig begrijpen
Vooral van medemensen die er niet bijlopen naar ons confectiebeeld
Wij zeggen dat de mens een kroon van de schepping is
En de kroon op die kroon is ons hoofd
Vernufthoofd denkhoofd weethoofd
Leeghoofd dat op scholen wordt volgepompt
Met jaartallen rivieren voortbrengselen chemische formules
Hoofd vol blauwdrukken van fabrieken en betonnen geluksdozen
Thermostatisch verwarmde broedplaats voor flatneurosekinderen
En blauwdrukken van atoomraketten om onze vrijheid te verdedigen
Tegen boze bolsjewieken kinderen uit precies eendere betonnen dozen
Wij hebben zoveel aan ons hoofd dat wij er niets op kunnen velen
De vrouwen hoogstens een pruik om te pralen
De mannen steeds meer haren
Met uitzondering van militairen officieren hoofdofficieren
Die het hoofd sieren bevelspetten zo groot en plat
Dat er een helikopter op zou kunen landen
Maar dat gebeurt niet hoor daar is het hoofd te kostbaar voor
Want de hoofdfunctie van zo'n hoofd is andermans dood te bedenken
Geef uw hoofd aan een reisburea kortzichtige dwazen
Stuur het de aarde rond en kijk uw ogen uit
Op de dwazen die wijzen zijn
Op de evenwichtskunstenaars die de aarde in balans houden
En de handen vrij voor vertellende verhalen
Het hoofd is er niet enkel om te denken
Zoals de welvende aarde de bloesemhemel draagt
Ons licht onze lucht ons leven
Zo draagt hun schedelgewelf het goede ter aarde
Broden vissen koeienvlees snuisterijen bedden vogelkooien
Zij zijn ouder en volwassener dan wij
Ouder dan het denken  is het dragen van het mensenlot
Door de wereld waar eten en drinken hoofdzaken zijn

A. den Doolaard, in het fotoboek Mensen / People van Cas Oorthuys, 1969

Gerelateerd

De Contact foto-pockets van Cas Oorthuys
A. den Doolaard op foto's van Cas Oorthuys
Foto's van de monnikenrepubliek Athos

Historische kranten (4): Lezing in Rotterdam over moderne poëzie

Op 7 november 1928 hield A. den Doolaard een lezing voor 'den Rotterdamschen kring' over moderne poëzie. De recensie de volgende dag in de Nieuwe Rotterdamsche Courant meldde:

"De hoorders van den heer Den Doolaard moeten gisteravond, dunkt ons, dankbaar gestemd naar huis gegaan zijn. De jonge kunstenaar met zijn krachtig gemodelleerd gezicht onder een pruik lang blond haar, zijn dichtersoogen, die telkens voorbij de werkelijkheid keken en zijn wonderen glimlach, sprak zoo oordaat zakelijk en zonder de geringste affectatie, dat hy onmiddellijk zijn gehoor gewonnen en een intieme sfeer geschapen had."

Krantenartikel over voordracht A. den Doolaard

Gerelateerd

Donkersloot over de geschiktheid van A. den Doolaard over deze lezing
Verslag in het Algemeen Handelsblad van de lezing
Lezingen aan de Rotterdamse Volksuniversiteit

65 jaar Mens onder de mensen

In 1962 werd aan de schrijver Jan Mens een Liber Amicorum aangeboden ter gelegenheid van zijn 65e verjaardag. A. den Doolaard beschreef in zijn bijdrage aan '65 jaar Mens onder de mensen' zijn eerste ontmoeting met Jan Mens, toen nog een werkloze meubelmaker.

portret van Jan MensKaft van 65 jaar Mens onder de mensen

Portret Jan Mens (uit: '65 jaar Mens onder de mensen')

Het was, als ik mij goed herinner,in 1935 dat ik met Jan Mens kennismaakte. Ik werkte toen sinds enige tijd bij 'Het Volk' als reisredacteur, en tussen twee buitenlandse reizen in was ik, om bezig te blijven, aan een reportage begonnen over de werkloosheid - het grote economische probleem van de dertiger jaren. Ik probeerde het allereerst te benaderen van de menselijke kant; aan gesprekken met slachtoffers van Colijn' s aanpassingspolitiek had ik meer dan aan bladzijden vol statistieken. Een van de vakbondsredacteuren nam mij mee naar een café, waar hij mij voorstelde aan een forse, blonde kerel, een werkloos meubelmaker. In een paar uur tijd kwam ik toen meer aan de weet dan in de paar weken daarvoor; want deze stempelaar, één uit een horde van honderdduizenden, wist mij duidelijk te maken waarom er zovelen kapotgingen. De gulden bleef gaaf, maar de harten werden geschonden. De aandelen bleven hoog genoteerd, maar de koerswaarde van het menselijk wezen zakte. De verbittering om de schuldloze uitgeworpenheid stond diep gebeiteld in de trekken van de jonge man, die mij in sappig Amsterdams vertelde hoe de vretende ellende van het stempelen langzaamaan zelfs de opstandigsten kapotknauwde.

Maar opstandigheid was toen niet in de mode, zelfs niet bij 'Het Volk'. Over de felle reportage kreeg ik vele bezorgde en wijze woorden te horen. Op een zaterdagmiddag nam ik op het Rokin een foto van Jan Mens, pal voor de hoge deuren van de Nederlandse Bank, de tempel waar de gave gulden aanbeden werd. 'De arbeider staat voor de poort, maar de poort blijft dicht' luidde het onderschrift.
Bij het NVV waren ze toen kwaad, en zelfs de goedige hoofdredacteur Ankersmit kreeg bedenkelijke rimpels in zijn voorhoofd. Maar als ik het anders geschreven had zou ik mijn nieuwe vriend, de werkloze meubelmaker, verraden hebben.

Op de voorgrond van de foto stond de brede, onverzettelijke rug van Jan Mens. En het is ook die onverzettelijkheid die hem gemaakt heeft tot wat hij vandaag is. Een paar jaar later, toen ik met mijn vrouw tussen reizen in een groot bos bij Huis ter Heide woonde, kwam hij herhaaldelijk bij ons. Hij maakte een laag tafeltje en een bankje voor ons - prima vakwerk, waar je vandaag naar zoeken kan. Op een herfstdag, toen hij bezig was een zaagbok voor me in elkaar te zetten, zei hij ineens: 'Zeg, ik heb zo es wat opgeschreven; zou je dat willen lezen?' Wat hij toen uit zijn tas haalde, was het manuscript van 'Mensen zonder geld'.

Ik las het de dag daarop aan één ruk uit. 'Mensen zonder geld' was meer dan zomaar een roman: een 'document humain'. 'Maar wat moet ik daar nu mee aan?' vroeg Jan bij ons volgende gesprek. Ik had net ergens gelezen dat de N.V. Kosmos een romanprijsvraag voor eerstelingen had uitgeschreven. 'Dadelijk insturen!' zei ik, en ondanks zijn sceptisch lachje heeft hij het gelukkig gedaan. Wijlen Dirk Coster, met wie ik bevriend was, zat in de jury, en ik schreef hem een briefje dat ik hem natuurlijk niet beïnvloeden wilde enzovoorts, maar dat er bij de inzendingen een manuscript was waarvoor ik zijn bijzondere aandacht vroeg.

Ongetwijfeld had 'Mensen zonder geld' ook zonder dat briefje de Kosmos-prijs gekregen. Maar de prijswinnaar was nog steeds een mens zonder geld. Met een geleende habbekrats, net toereikend voor een enkele reis, toog hij van Mokum naar Delft, waar de prijs zou worden uitgereikt.

Onderweg droomde hij afwisselend van een grote gonjezak met duizend harde guldens, van vlugge vingers die honderd muntjes van tien voor hem uittelden, of tien krakende briefjes van honderd. Maar wat hij tot zijn vervaarlijke onthutsing in handen kreeg was een voor hem op
dat ogenblik volslagen waardeloos papiertje, een cheque waar hij geen treinkaartje voor kopen kon, terug naar zijn geliefde Amsterdam ...

Ja, beste vriend Jan Mens, de tijden zijn wel veranderd. Elk beunhaasje verdient, zonder behoorlijk zijn vak geleerd te hebben, tegenwoordig in een maand meer dan jij toentertijd in een jaar bij elkaar stempelde. Maar jij bent gebleven wat je was: een man met vaktrots. Je zet je boeken hecht in elkaar, je beult je er op af, en daarom ben ik trots op je. Proficiat! nog vele jaren, en nog vele boeken!

A. DEN DOOLAARD

In de biografie 'Dronken van het Leven' staat een foto waarop A. den Doolaard en zijn vrouw Wampie hout aan het zagen zijn op een zaagbok, bij hun huis in Huis ter Heide. Het is ongetwijfeld de zaagbok die Jan Mens in elkaar aan het zetten was, toen het manuscript van 'Mensen zonder geld' voor het eerst ter sprake kwam...

Foto van een zagende A. den Doolaard met Erie

Gerelateerd

In Het Stenen Huis schreef Den Doolaard zijn boek Wampie.

Reacties zijn welkom

Ik vind het leuk om reacties te krijgen, dus reageer gerust wanneer je vragen, opmerkingen of aanvullingen hebt. 

Reageren kan onder elk artikel