Winterbestijging van de Mont Blanc - vervolg

Dit artikel is een vervolg op het eerste artikel 'Winterbestijging van de Mont Blanc' met daarin het franse krantenartikel uit 1930 met een beschrijving van een beklimming waaraan werd deelgenomen door A. den Doolaard.

Tekening van alpiniste met ski's
Afbeelding: tekening van een alpiniste in een advertentie in het blad Buitensport uit de jaren dertig.

In zijn autobiografie Het leven van een landloper beschrijft A. den Doolaard wel de winterbestijging van de Mont Blanc van 23 februari 1930 met zijn gids Luc Couttet, maar nergens rept hij over de vrouwelijke alpiniste die deze tocht ook meedeed. De enige vrouw die in dit verband wordt genoemd, is 'een jong Frans meisje' dat hem na zijn tocht drie weken lang aan tafel zijn eten voerde doordat hij door zijn bevroren vingers daar zelf niet toe in staat was.
'Zij werd later mijn eerste vrouw. Maar over haar zal ik in dit boek niet schrijven" vervolgde den Doolaard.

Hoe hij zijn kwetsuur had opgelopen, vermeldde den Doolaard niet in zijn autobiografie. In een brief aan zijn zus Ina schreef hij hierover (Hans Olink, Dronken van het leven, p. 61):

"De bak was dat ik op 4000 m hoogte bij felle kou met m'n vingertoppen mijn metalen stijgijzers aangeraakt heb, dat trekt dadelijk brandblaren die later in de warmte pas opkomen."

In een artikel in het Algemeen Handelsblad van 28 maart 1930 wordt de volledige deelnemerslijst van de bestijging wel door A. den Doolaard vermeld:

"In eenige Fransche en Engelsche bladen heeft een paar weken geleden een bericht gestaan over een bestijging van den Mont Blanc bij veertig graden koude door de Fransche alpiniste mad. de Seygnoret met de gidsen Burnet en Luc Couttet uit Chamonix en ondergeteekende. In het verhaal werd o.m. vermeld, dat uw berichtgever twee bevroren handen opgeloopen zou hebben, hetgeen gelukkig slechts gedeeltelijk waar is, hoewel het heden, drie weken na de bestijging, de eerste dag is, dat ik de schrijfmachine betokkelen kan om een kort bericht samen te stellen over dezen duizelingwekkenden witten hoogte-toer, tot nog toe de eenige gelukte in dit seizoen."

Het betreffende artikel is in z'n geheel te lezen op de krantenwebsite van de Koninklijke Bibliotheek: Een winterbestijging van den Mont Blanc (4810 M).

Winterbestijging van de Mont Blanc (1930)

In zijn autobiografie Het leven van een landloper beschrijft A. den Doolaard hoe hij in februari 1930 met zijn gids Luc Couttet de eerste en enige winterse beklimming van dat jaar van de Mont Blanc maakte. Wat hij er niet bij vermeldde, was dat aan deze barre tocht ook een franse alpiniste deelnam.

Ik ontdekte deze tochtgenote in een krantenartikel uit Le Figaro van 27 februari 1930 (pagina 2, rechtsonder):

Krantenartikel Le Figaro over winterbestijging Mont Blanc 27 februari 1930

Vertaald staat er ongeveer het volgende (met dank aan Lenta Wamsteeker):

Een franse alpiniste, mevrouw Dubouy de Seygnoret  heeft een geslaagde winterbeklimming van de Mont Blanc ondernomen bij een temperatuur van min veertig graden.

Chamonix, 26 februari. -  De Mont Blanc is op 24 februari voor het eerst dit jaar (met moeite) beklommen door een karavaan van vier geharde skiërs, die te lijden hadden onder een buitengewoon hevige kou. Deze karavaan bestond uit mevrouw Maryvonne Dubouy de Seygnoret, Bob Spoelstra, bergbeklimmer uit Nederland en de gidsen Jacques Burnet en Luc Couttet. Bij haar terugkeer te Chamonix vernamen we uit de mond van mevrouw Seygnoret de details van deze hachelijke beklimming:

“We zijn begonnen met de Grands-Mulets, zondag 23 februari, gebruik makend van de skilift van de Aiguille du Midi naar de gletsjer. Na een goede nacht te hebben doorgebracht in de hut vertrokken we  ’s morgens om 5.30 uur, ondanks een sterke wind en buitengewoon koud weer. Tot het grote plateau ging alles goed, die route is vrij beschut. Daar aangekomen,  waren we van oordeel dat de storm ons niet zou toelaten om gebruik te maken van de bergkam op de verhoogde terreinen  (?) ; daarbij, van richting veranderend deden we onze ski’s uit en beklommen de gletsjerblokken van de doorgang tot de Col de la Brenva. (?) De scherpe helling was als een serieuze verdedigingsmuur die tegenstand bood, terwijl de gidsen zonder ophouden moesten hakken ondanks de werkelijk buitengewone kou. Minstens veertig graden.
Een veldfles rum, die de gids Luc Couttet in de binnenzak van een Canadese met schapenvacht gevoerde jas had, bevroor volledig. Door onze  goede uitrusting hadden we geen  ernstige bevriezingsverschijnselen. Maar aangekomen op de top, om 13.15 uur, vertrokken we weer direct, ons weinig aantrekkend van het panorama, maar verlangend om een meer beschutte omgeving te vinden. De terugkeer verliep zonder incidenten, behalve de scheuren in enkele sneeuwbruggen. Mijn Nederlandse vriend, Bob Spoelstra, had last van pijnlijke bevriezingsverschijnselen aan zijn handen en gezicht.
Ik ben blij met mijn tocht omdat de topprestatie van Mlle Bouvier afgelopen winter me stimuleerde.”

Zeker, de ontberingen van een winterbeklimming lijken franse alpinisten niet erg af te schrikken, die regelmatig de aanval wagen en er elke winter in slagen. We voegen eraan toe, dat de beklimming de hele dag via de telescoop gevolgd is door de mensen in Chamonix,  die de karavaan niet zonder angst in de storm bezig zagen.
R.F.R.

In een volgend artikel meer over deze winterbeklimming.

Zeeuws archief - Walcheren onder water 1944 - 1946

In de verzameling Zeeuwse verhalen van het Zeeuws Archief is een serie artikelen toegevoegd over de onderwaterzetting en droogmaking van Walcheren. Centraal in de serie Walcheren onder water staan de rapportages die A. den Doolaard maakte voor Radio Oranje, waaruit ook veelvuldig geciteerd wordt.

Overstromingen, dijkdoorbraken, inundatie. Walcheren (Zeeland) staat onder water…
Walcheren onder water (Collectie Spaarnestad, Nationaal Archief)

Aan bod komende volgende onderwerpen:

Veel van wat wordt beschreven is goed herkenbaar wanneer je het boek Het verjaagde water van A. den Doolaard hebt gelezen. Al met al een prachtige serie!

Voor deze serie werd door het Zeeuws Archief geput uit het archief van de Rijkswaterstaat, Dienst Droogmaking Walcheren dat bij het Zeeuws Archief wordt bewaard. 

Gerelateerd

Het verjaagde water
De droogmaking van Walcheren
Het verjaagde water achterna
Loskade 27, Middelburg

Copernicusstraat 126 Den Haag

Straatnaambordje Copernicusstraat
Straatnaambordje

Van 1908 tot 1927 woonde A. den Doolaard met zijn ouders en zussen in een huis op de Copernicusstraat 126 in Den Haag (Regentessekwartier). Zijn vader, die overleed in 1918, was daarvoor al vaak afwezig, eerst vanwege verblijf in het buitenland, later voor de behandeling van zijn ziekte. Van het huis werd door zijn moeder een deel verhuurd, om zo wat extra inkomsten te hebben die nodig waren vanwege ziekte van vader Spoelstra.

Gevel Copernicusstraat 126 Den Haag
Copernicusstraat 126. Wanneer de nummering in de loop van de tijd niet is aangepast, is dit het huis waarin A. den Doolaard is opgegroeid (foto Albert Koevoet, mei 2015).

Het bovenste raam komt voor in een gedicht dat A. den Doolaard in 1918 na de dood van zijn vader dichtte:

Nu leun ik uit het bovenst raamkozijn
Om heel alleen met mijn verdriet te zijn

(bron: Hans Olink - Dronken van het leven, blz 24)

Postadres

Ook later, toen hij allang uit Den Haag vertrokken was en heel Europa rondtrok, gebruikte hij soms het adres van zijn moeder als postadres. Nog in 1935 stond in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, waarvan hij een jaar eerder lid was geworden, als zijn adres Copernicusstraat 126 's-Gravenhage vermeld.

Straat
Copernicusstraat, Den Haag met rechts nummer 126 (foto Albert Koevoet, mei 2015)

Kruidenier

Om de hoek van de Copernicusstraat, op de Beeklaan nummer 303, was sinds 1917 een kruidenierszaak van De Gruyter gevestigd. Van dit monumentale pand is niet alleen de prachtige gevel maar ook het winkelinterieur met prachtige tegeltableaus bewaard gebleven. De jonge Bob Spoelstra zal hier ongetwijfeld wel eens boodschappen voor zijn moeder hebben gehaald. Nu zit er de speelgoedwinkel Rood met Witte Stippen.

gevel Beeklaan 303
Beeklaan 303 (foto mei 2015)

Andere adressen van A. den Doolaard

Voorburg, boerderij Woelwijk
Middelburg, Loskade 27
Vlissingen, Huize de Sardijngeul
Lovran, villa Denes
Hoenderloo, Miggelenbergweg 51

Geboortebericht van Hélène Spoelstra (1935)

Op 16 augustus 1935 kregen A. den Doolaard en zijn eerste echtgenote Daisy Roulôt een dochter. Zij kreeg als namen Hélène Alida, naar haar beide grootmoeders, en als roepnaam Hélène. Al snel werd ze echter Pépé genoemd. 

In de Franse krant Le Journal van 4 september 1935 (pagina 2, links, iets onder het midden) vond ik een berichtje van haar geboorte:

geboortebericht Helene Spoelstra Chamonix 16 augustus 1935

Naissance
M(onsieur?) C. Spoelstra et Mme, née Daisy Roulot, font part de la naissance de leur fille Hélène. Chamonix, 16 aôut.

Uit dit berichtje blijkt dat Hélène is geboren in Chamonix, waar A. den Doolaard schreef aan zijn roman over de eerste beklimming van de Mont Blanc, De grote verwildering.

Gerelateerd

Geboorteadvertentie van Milja Spoelstra (1945)

Reacties zijn welkom

Ik vind het leuk om reacties te krijgen, dus reageer gerust wanneer je vragen, opmerkingen of aanvullingen hebt. 

Reageren kan onder elk artikel