Buitensport - Per Ski van Nice naar Chamonix!

Skitocht

Voor het blad Buitensport schreef A. den Doolaard in 1936 een verslag in drie delen van een meerdaagse skitocht door de Franse Alpen. Deze tocht maakte hij met zijn vaste gids Luc Couttet, totdat deze met een enkelblessure moest opgeven en vervangen wordt door zijn collega Alfred Burnet.

Foto van uitrustende skiër met besneeuwde bergen
(Afbeelding uit het artikel Per Ski van Nice naar Chamonix! deel 3, Buitensport tweede jaargang, p. 483)

Eenzaamheid

A. den Doolaard beschouwde het vastleggen van zijn skitocht als een soort vingeroefening voor het schrijven van de roman De grote verwildering, over de eerste beklimming van de Mont Blanc.

Ik begon het jaar 1936 met een lange wintertocht per ski door de Franse Alpen, van St. Etienne de Tinée, 60 kilometer boven Nice, naar Chamonix. We overschreden tien passen tussen de 2200 en 2800 meter, waarvoor we een enkele keer acht uur nodig hadden, maar doorgaans van tien tot veertien uur. Op geen van die tochten kwamen we een sterveling tegen, behalve vlak bij de dorpen. Ik betreurde dat niet maar had er zelfs op gehoopt dagen alleen te kunnen zijn met de grote eenzaamheden van sneeuw, om me in stilte te kunnen bezinnen op het geheimzinnige wezen van de bergen. (A. den Doolaard in Het leven van een landloper)

Besneeuwde bergen
(Afbeelding uit het artikel Per Ski van Nice naar Chamonix! deel 1, Buitensport tweede jaargang, p. 425)

Fragment

Een fragment uit de eerste etappe, van St. Etienne de Tinée naar Jaussiers:

Een dorp van vijf huizen: Bouzieyas. Aan het eerste huis hebben humoristische Alpenjagers een bordje gespijkerd: Rue de l'Extreme Orient. Achter het vijfde huis eindigt de wereld vandaag inderdaad, in een witte dwarreling, zonder einde of begin. Maar het tweede huis draagt in gele letters op roze achtergrond het troostrijke opschrift: "Café". Daar moeten we wezen!
Twee vrouwen met neepjeskappen op zitten aan weerskanten van de kachel dikke wollen sokken te breien. De man en vader komt binnen. Hij draagt drie jassen over elkaar en in de opening van zijn vest zien we nog de randjes van twee verschillende hemden en een trui. De sprieten van zijn knevels zijn bruin van de nicotine. Wat kan een man in deze verlatenheid anders doen dan zwijgend roken? Hij is blij dat hij praten kan en wijst ons uitvoerig de weg naar de pas in glanzende zomerse termen: "Bij de hooihut die een stenen bank voor de deur heeft naar rechts en dan links van de waterval ..." Hij begrijpt niet waarom we lachen: stenen bank en waterval zijn natuurlijk ingesneeuwd en bevroren. Maar dat weet hij niet, hoewel hij er met zijn neus tegenaan woont: de man met de zes wollen verdiepingen zet 's winters geen been buiten...
Ik vraag hem, hoe ze hier hun levensmiddelen krijgen, wanneer de lawines dagen lang door het dal donderen? Hij wijst zwijgend op het bruine brood, hard als een lawinebonk: één. Dan draait hij zijn duim in de richting van de worsten en zijden spek in de open schouw: twee. Achter de deur klinkt het bengelen van een koeiebel: drie. Dan zet zijn vrouw een schotel met gebakken eieren voor ons neer, afkomstig van het gekakel onder de wrakke vloer: vier. Is dat bij elkaar niet voldoende om de winter door te komen?
We gaan gesterkt op weg. "Kom liever terug wanneer het niet lukt" zegt hij hartelijk. "Ja, ja, we zullen voorzichtig zijn". Diep in ons zelf hebben we al gezworen ons liever de kleren van het lijf te laten waaien dan om te keren.

Aan het eind van zijn verslag geeft A. den Doolaard een paar 'practische opmerkingen':

Men zal mij vragen, of dergelijke tochten niet te kostbaar zijn? In Frankrijk zeker niet. In de dorpen kost een kamer van 9 tot 12 frank per nacht, een overvloedige maaltijd 10 à 12 frank (fr.fr. à f 0.10). (...) Voor eventuele liefhebbers geef ik hier de namen der gidsen uit Chamonix, die voor een dergelijke raid in aanmerking komen, omdat ze zo goed als alle pasovergangen kennen: Luc Couttet, Alfred Burnet en Arthur Ravanel. Hun 'honorarium' bedraagt 80 frank per dag plus onkosten.

Den Doolaard woonde destijds in een verbouwde oude boerderij in het gehucht Les Moussoux, boven Chamonix.

Sneeuwspoor in de bergen
(Afbeelding uit het artikel Per Ski van Nice naar Chamonix! deel 1, Buitensport tweede jaargang, p. 423)

Versies

Een ingekorte versie van het verslag van deze tocht werd als het hoofdstuk 'Bergen' opgenomen in (de eerste drie drukken van) de autobiografie Het leven van een landloper. In de vierde druk werd een sterk verkorte versie opgenomen, die werd overgenomen in het boek Apres ski - de mooiste verhalen voor na het skiën (1993).

Kaft van het boekje Apres ski

Buitensport

Het blad Buitensport, waarvan A. den Doolaard redacteur was, heeft bestaan van 1935 tot 1937. Ik put voor dit artikel uit een vrijwel complete jaargang 1936, die ik in mijn bezit heb. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag beschikt alleen over jaargang 1935. Zie ook het bericht Buitensport - schaatsen op deze site.