De druivenplukkers digitaal beschikbaar

Sinds maart 2016 is de tekst van het boek De druivenplukkers digitaal beschikbaar via DBNL. Al eerder werden Wampie en Oriënt-Express via DBNL digitaal gepubliceerd.

Kaft van  De druivenplukkers

Liever luisteren dan lezen? De druivenplukkers is in 1986 door de TROS als hoorspel uitgezonden. Beluister het hoorspel De druivenplukkers van regisseur Marlies Cordia.

Gerelateerd

Meer informatie over het boek De druivenplukkers
Foto tijdens zwerftocht door Frankrijk met Fons Hellebrekers

Een aaitje voor Milo

In het voorjaar van 1973 reisde A. den Doolaard met zijn vrouw Erie en een camerateam van de NCRV naar Ohrid voor een schrijversportret dat later dat jaar werd uitgezonden.

Vanuit Macedonië stuurden A. den Doolaard en Erie een briefkaart met een zomers tafereeltje van het meer van Ohrid aan de eigenaren van het dierenpension waar hun hond Milo verbleef.  

Bootjes en rots met kerkje van Sv. Jovan Kaneo
Voorkant ansichtkaart: het kerkje van Sv. Jovan Kaneo met toeristen

De tekst op de kaart luidt:

Skopje, 20-5

hartelijke groeten
voor u allen en
aaitje voor Milo,

fam. Den Doolaard

Beschreven ansichtkaart
Achterkant ansichtkaart

Pas nadat ik de kaart had gekocht (lang leve Marktplaats!) viel me op dat de kaart door de Joegoslavische PTT is afgestempeld op 21 mei 1973, een dag voor mijn [AK] geboorte.

Gerelateerd

Monument voor A. den Doolaard in Ohrid
Thuis in Hoenderloo
Nederlandstalige reisgids voor Ohrid

Met Daisy in Andorra

In het april-nummer van Ons eigen tijdschrift deed A. den Doolaard in 1932 verslag van zijn reis door Andorra (pagina 178-180). Op deze voetreis werd hij vergezeld door zijn (eerste) vrouw, Daisy Spoelstra-Roulôt.

Zijn verslag Het Kampeer-Paradijs Andorra is voorzien van foto's die zijn gemaakt tijdens deze reis door Andorra. Een aantal van deze door A. den Doolaard gemaakte  foto's werden in datzelfde jaar ook gebruikt voor het boek De wilden van Europa.

Een aantal korte stukjes uit het artikel:

Waarom gaan er zoveel Hollanders met vacantie naar het buitenland? Omdat er in Holland teveel bordjes met Art. 461 en "Verboden Toegang" zijn. 

Andorra, de vrije republiek in het hartje van de Pyreneeën (...). Toen mijn vrouw en ik naar Andorra gingen, wisten we alleen dat je er Spaansch moest spreken, en met peseta's betalen; en verder dat het er vuil was, in de herbergjes tenminste.

Om in dit beloofde land te komen, moet je eerst over de 2400 M. hooge Col d'Envalira heen. Maar daar dit voor een deel ook net de drukke verkeersweg naar Spanje is, bestaat hij 's zomers uit een groote laagdrijvende wolk stof, waar de schimmen van dozijnen auto's doorheenschieten. Om het land in gepaste stilte en plechtigheid binnen te treden kozen we dus de oude vervallen karavaanweg over een nog 200 M. hoogere pas. 

Het eerste dorp van distels en geel-zwarte huizen heette Soldeu. Maar toch waren we hier niet geheel van de beschaving afgesloten: op een groot model varkenshok hing een plank met "Telegrafia". Deze "telegrafia" bestond uit een telefoonhoorn die bediend werd door een dikke matrone; ook verkocht zij sardientjes, en als men haar heel lief aankeek, geitenkaas. Zoodra de zon weer doorkwam togen we in de schemering tegen de bergflank op, spreidden het waterdichte zeil uit, pootten in het halfdonker de tent neer, lieten de gaskoker brullen, en vielen onder de sterren in slaap.

Eén van de afbeeldingen bij het artikel heeft als bijschrift 'Ons kamp in Noord-Andorra' en toont het kleine dubbeldakstentje van het echtpaar Spoelstra in een bergachtig landschap, met naast dat tentje een vrouw waarvan het gezicht door de schaduw niet goed zichtbaar is: Daisy. 

Daisy met tent in de bergen van Andorra
foto: A. den Doolaard

Op verre zwarte bergen lagen groezelige lappen sneeuw; maar dichtbij was alles groen, en ritsen populieren schoten wuivend langs een kabbelende beek omhoog. We kozen onze kampeerplaats naast een waterval, bemachtigden door middel van weinig kleingeld en veel gebarentaal een paar pond schapenvleesch benevens versche spruitjes, en gaven ons toen over aan het eenvoudig en verrukkelijk paradijsbestaan, dat alleen de echte kampeerder kent, die zich na twee nachten op de harde grond niet meer kan indenken dat hij ooit in een zacht bed geslapen heeft.

Gerelateerd

Geboortebericht Hélène Spoelstra (1935)

Geboorteadvertentie van Milja Spoelstra (1945)

Geboorteadvertentie van Milja SpoelstraOp 15 december 1945 wordt Milja Spoelstra geboren in Haarlem. Haar vader, A. den Doolaard, is niet aanwezig bij de geboorte vanwege zijn werk op het overstroomde Walcheren.

In het democratisch-socialistisch dagblad Het Vrije Volk van 22 december wordt een geboorte-advertentie geplaatst. Het adres dat daarin vermeld staat (Zaanenlaan 130 Haarlem) is het adres van Erie's ouders, waar ze tijdelijk bij inwoonde. Een maand later vertrekken ze naar Vlissingen, waar ze in de Sardijngeul aan de Boulevard Evertsen gaan wonen.

Gerelateerd

Geboortebericht Hélène Spoelstra (1935)

Huize de Sardijngeul, Vlissingen

De roman Het verjaagde water werd door A. den Doolaard geschreven in 'De Sardijngeul', de woning in Vlissingen waar hij met zijn vrouw Erie en pasgeboren dochter Milja in 1946 woonde. 

Boulevard met links strand en water, rechts huizen
Huize de Sardijngeul (rechts, met dakkapel) aan de boulevard in Vlissingen. Foto via Google Streetview

Bijna tien jaar geleden probeerde ik, het spoor van A. den Doolaard door Walcheren volgend, al eens deze woning terug te vinden. Dat lukte niet omdat ik er geen exacte adresgegevens van had. Wat ik wel wist was dat het huis 'De Sardijngeul' heette en aan de zeeboulevard lag, en flink wat oorlogsschade had opgelopen. Achteraf zijn we er toen vlak langs gereden, want het is vanaf het strandpaviljoen Panta Rhei, waar we koffie hebben gedronken, het derde huis op de boulevard. 

Het adres werd deze maand door Jan Moekotte ontdekt in het personeelsdossier van A. den Doolaard in het archief van de Dienst Droogmaking Walcheren (Zeeuws Archief, DDW, archiefnummer 360.1 inventarisnummer 36). Hij is bezig aan een artikel over A. den Doolaard op Walcheren voor De Wete, het blad van de heemkundige kring Walcheren. 

In dit personeelsdossier zijn brieven bewaard van een glashandel  en een aannemer over openstaande facturen voor glas en "werkzaamheden verricht aan het perceel Boulevard Evertsen 54" kort voordat A. den Doolaard dit pand zou betrekken. In een aantal brieven wordt het pand ook aangeduid met de naam 'De Sardijngeul'. 

Nog in 1950 werd er gecorrespondeerd over de vraag wie deze rekeningen moest betalen: de huiseigenaar of Rijkswaterstaat.

Brief over afhandeling factuur
Brief Rijkswaterstaat over afhandeling facturen 

In het gemeentearchief Vlissingen vond Jan Moekotte vervolgens uit dat de huisnummering van de Boulevard Evertsen in de loop der jaren twee keer is gewijzigd, zodat het huis nu niet meer nummer 54 heeft maar nummer 282-286. Hij was er meteen daarna naartoe gefietst, en was er zelfs al binnen geweest, en had daar in de voormalige werkkamer van den Doolaard gestaan. 

bordje met opschrift "Huize Sardijngeul"
Gevelsteen van Huize Sardijngeul, foto: Jan Moekotte

Oorlogsschade

In zijn autobiografie Het leven van een Landloper schreef A. den Doolaard over het woonklaar maken van en werken in zijn tijdelijke onderkomen in Vlissingen: 

Ik voelde (...) dat ik voor het schrijven op Walcheren moest blijven wonen. 

Eind februari 1946 waren de dijken dicht. De Vlissingse wethouder van huisvesting wees mij allervriendelijkst als woning de twee bovenverdiepingen van een huis op de zeeboulevard toe. Het halve dak was er slechts af, en in de zijmuur gaapte een gat waar een auto doorheen kon. Waterleiding was er ook niet en ik moest zelf maar zien hoe ik de woning opknapte. Maar met behulp van vriendelijke Vlissingers en de assistentie van de honderden sigaretten, die ik van mijn driedubbel rantsoen als verbindingsofficier had opgespaard, kwam het in drie maanden in orde. In die tijd heerste in Nederland nog de tabaksstandaard. Timmerman, metselaar, loodgieter: niets te beginnen zonder handgeld van een paar sloffen sigaretten. 

Nadat ik uit de kasten van de verwoeste benedenverdieping veiligheidshalve een stel landmijnen en handgranaten had weggeruimd, slordig achtergelaten door de Duitse genietroepen en Schotse commando's, die er achter elkaar hadden gehuisd, betrokken Wampie, onze dochter Milja, een bloeiende zuigeling van twee maanden, en ik onze tijdelijke woning. Ik werkte in de grote dakkamer, met brede ramen op zee, waar ik de boardwanden volprikte met de kaarten, diagrammen en foto's van het werk. Toen de herfststormen kwamen, perste de winddruk het water door de raamsponningen en de dakkapel trilde zo, dat ik me achter mijn schrijftafel een kapitein waande op de brug van zijn schip. Binnen schreeuwbereik van het huis, door de diepe Sardijngeul, voeren de grote zeestomers blazend voorbij. 

(Het leven van een landloper, 4e druk, p. 286-287)

Gerelateerd

Het verjaagde water
Het verjaagde water achterna
De droogmaking van Walcheren

Andere adressen van A. den Doolaard

Copernicusstraat 126, Den Haag
Boerderij Woelwijk, Voorburg
Loskade 27, Middelburg
Villa Deneš, Lovran (Kroatië)
Hoenderloo, Miggelenbergweg 51

Reacties zijn welkom

Ik vind het leuk om reacties te krijgen, dus reageer gerust wanneer je vragen, opmerkingen of aanvullingen hebt. 

Reageren kan onder elk artikel