Ten tijde van de Duitse inval in de lage landen woonden Bob Spoelstra (A. Den Doolaard) en zijn vrouw Erie in Heide-Kalmthout, een Belgisch dorp aan de spoorlijn tussen Roosendaal en Antwerpen. In de vroege morgen van 16 mei vluchtten ze per fiets naar het zuiden, om van daar uit Engeland te kunnen bereiken. Voor het Bataviaasch Nieuwsblad schreef A. den Doolaard later vanuit Parijs twee artikelen waarin verslag werd gedaan van hun ervaringen tijdens (het eerste deel van) die vlucht in de chaotische meidagen van 1940.
Vrij Nederland
Na de capitulatie van het Nederlandse leger op 15 mei 1940 werd door Telegraaf-correspondent H.J. van den Broek en andere Nederlandse correspondenten in Parijs een radio-omroep opgericht, met het idee vanuit de Franse hoofdstad uitzendingen te maken voor de inwoners van het bezette Nederland. Deze inderhaast opgerichte omroep Vrij Nederland zond vanaf 19 mei dagelijks driemaal uit via Franse omroepfrequenties. De redactie van Vrij Nederland was gevestigd in een kantoor van Philips aan de statige Avenue Matignon, die uitkomt op de Champs-ElysĂ©e. Medewerkers waren onder meer Joop Kolkman van de Telegraaf, Henri Sandberg (Het Volk), Max en Nelly Vredenburg (NRC), Ernst Kuiper (de Maasbode) en Jos. Mendels van de Haagse Post. Na hun aankomst in Parijs voegden ook A. Den Doolaard en zijn vrouw Erie zich eind mei bij de omroep. Van den Broek, met wie den Doolaard later ook zou samenwerken bij De Brandaris en bij Radio Oranje, schreef in zijn boek Hier Radio Oranje (1947) over hun samenwerking in Parijs: âIk kende toen âBobâ alleen nog maar van naam; maar hij leverde onmiddellijk enkele bijdragen voor de radio, die een belofte inhielden voor zijn bekende Londense felheid en sarcasme.â
A. den Doolaard later in de oorlog voor de microfoon van Radio Oranje. Afbeelding via Nationaal Archief 2.24.01.01 Fotocollectie Anefo, 512_108
Moed en vertrouwen
De uitzendingen van Vrij Nederland werden in Nederland al snel opgemerkt. Het bericht nr. 7 (3 juni 1940) van de befaamde Geuzenactie sloot af met de oproep âLuister ook naar Radio Vrij Nederlandâ, met vermelding van de golflengten en uitzendtijden. De woorden âmoed en vertrouwenâ uit de vaste slotzin âMoed en vertrouwen, luisteraars, Nederland zal nooit een Duitse provincie worden!â waarmee elke uitzending van Vrij Nederland afsluit, werden in het bezette Nederland een bekende groet.

Vertrek
Van zijn eerste verdiende geld kocht A. Den Doolaard met een vooruitziende blik bij de boekenstalletjes op de Seinekade alle Michelinkaarten van Midden- en Zuid-Frankrijk. De naderende val van Parijs maakte al snel een einde aan het bestaan van radio-omroep Vrij Nederland. Met Henri Sandberg verzorgde A. Den Doolaard op 10 juni de laatste uitzending van Radio Vrij Nederland, waarna hij met Erie per fiets hun vlucht naar het zuiden van Frankrijk hervatte. âWij vertrokken pas op de morgen van de dag waarop de eerste Duitsers Parijs vanuit het noorden binnenruktenâ, schreef A. Den Doolaard daarover in Het leven van een landloper.
Archief
In de chaotische dagen na de val van Parijs ging het archief van de jonge radio-omroep verloren, schrijft van den Broek: âVan het archief van het Parijse âVrij Nederlandâ, van de correspondentie, telegrammen en gesproken teksten, is helaas zo goed als niets bewaard gebleven. Een malheur bij de haastige evacuatie uit de Franse hoofdstad had ten gevolge, dat de aan mijn hoede toevertrouwde documenten verloren gingenâ.
In het Nationaal Archief in Den Haag zijn wel enkele archiefstukken van de Persdienst van het Nederlands Gezantschap in Parijs terechtgekomen die betrekking hebben op de financiële afhandeling in augustus 1940 van de kosten die gemaakt waren voor het Parijse Vrij Nederland. Hieruit blijkt dat aan Erie een salaris van 700 Franse franc (Frcs) was uitbetaald en aan haar man 550 Frcs. In een ander overzicht is sprake van de betaling van 1800 Frcs aan Den Doolaard voor geleverde artikelen (zie afbeeldingen):

Opmerking bij de archiefstukken: Op de kopie van deze archiefstukken uit het Nationaal Archief die ik rond 2008 kreeg, heb ik destijds een verwijzing gezet naar het archief van het Ministerie van Justitie in Londen (2.09.06), maar dat is vrijwel zeker fout. Waarschijnlijk bevinden de stukken zich in het archief van het Nederlandse Consulaat-Generaal te Vichy (Frankrijk), 1940-1945 (2.05.101).