Uitgezwaaid voor de reis naar Joegoslavië

In 1952 vertrok A. den Doolaard met zijn gezin naar Joegoslavië om daar als correspondent voor het dagblad de Gelderlander de ontwikkelingen op de Balkan te verslaan. Het gezin Spoelstra werd door de hoofdredacteur van de Gelderlander, Louis Frequin, en zijn gezin hartelijk uitgezwaaid. Bij het Regionaal Archief Nijmegen vond ik drie foto's van het afscheid, waaronder onderstaande foto met de gezinnen Frequin en Spoelstra (Den Doolaard) bij het huis van de familie Frequin aan de Berg en Dalseweg 466.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen (klik op de link voor een vergroting)

De Gelderlander

Dagblad De Gelderlander deed ook verslag van het vertrek:

Gistermorgen vertrok de bekende romanschrijver en journalist A. den Doolaard met zijn auto naar Joego-Slavië om in het land van Tito gedurende geruime tijd voor onze bladen reportages te maken.

Krantenbericht over vertrek A. den Doolaard naar Joegoslavië

Dodge

De oude Dodge, die hem op vele naoorlogse reizen naar en in Joegoslavië vergezelde, klaar voor vertrek.

Bron: Regionaal Archief Nijmegen (klik op de link voor een vergroting)

Gerelateerd

Villa Deneš in Lovran (Kroatië)
Oude jaargangen van De Gelderlander online

Historische kranten (7): Zwerftochten door Frankrijk

In een serie artikelen in Het Vaderland beschreef A. den Doolaard in 1930/1931 de belevenissen tijdens zijn zwerftochten door Frankrijk. Deze ervaringen dienden ook als inspiratie voor het boek De druivenplukkers (waarin André ook weer een belangrijke rol speelt).

klik op de afbeeldingen om naar het volledige artikel te gaan (Historische kranten, Koninklike Bibliotheek).

De maaltijd van twee vagebonden

In De maaltijd van twee vagebonden ontmoet Den Doolaard opnieuw de zwervende arbeider André, die hem leert om onderweg zijn kostje bij elkaar te scharrelen:

Toen we een uur later weggingen, lieten we slechts eenige tot het uiterste afgelikte beentjes achter. „En dan zeggen ze nog dat lekker eten duur is", hoonde André. En toen ik hem op zijn geweten wees. antwoordde hij stomverbaasd: „Gappen? Welnee! Wanneer 't nou uit een winkel was.... Maar alles wat onder de vrije hemel groeit en bloeit en gakkert, is toch net zoo goed van mij als van iemand anders?" Tegen welke gewaagde filosofie ik niets kon inbrengen, vooral omdat de leghorn overheerlijk gesmaakt had....

Deel krantenartikel 'De maaltijd van twee vagebonden' door A. den Doolaard

Door Frankrijk op een spatbord

Zijn ervaringen met het liften legde A. den Doolaard vast in Door Frankrijk op een spatbord:

Kort en goed: ik zat in Noord-Frankrijk en wou naar het Zuiden. Nu bezit Frankrijk, gelijk bekend is, een uitgebreid spoorwegnet. Maar een echte zwerver vindt spoorwagens vies en verachtelijk. Ze zijn slecht geventileerd en kosten geld om in te rijden. Ze zijn een massa-artikel en een vagebond wenscht particulier bediend te worden. Ook loopen langs de spoorbaan geen kippen en het vangen van andermans hoenders in tijd van hongersnood is een van de achtenswaardigste tijdpasseringen des zwervers

De weg dus! Maar de weg is langer dan hij breed is. Honderden kilometers asphalt verslijten iemands schoenen en goed humeur....

Laat ik u nu bekend maken met de geheime formules der spatbordrijders

Deel van het krantenartikel 'Door Frankrijk op een spatbord' van A. den Doolaard

Gestoorde nachtrust

Waarom het gebruikmaken van spoorwagons als onderkomen voor de nacht niet altijd goed uitpakt, lezen we in Gestoorde nachtrust:

Deel van het krantenartikel 'Gestoorde nachtrust' van A. den Doolaard

"Want het recht op ongestoorde nachtrust is nu eenmaal het onvervreemdbaar erfdeel der mensheid.

A. den Doolaard"

Lezing bij de Bijenkorf Den Haag

In een lezing over 'Reizen en schrijven' bij de Bijenkorf in Den Haag ging Den Doolaard in februari 1931 verder in op zijn zwerftochten. "Men moet reizen zonder Guide Bleu en alles overlaten aan het lot, dan brengt iedere dag nieuw geluk".

Advertentie "Lezing en tentoonstelling moderne literatuur"DeelverslaglezingAdenDoolaard

Verslag lezing Reizen en schrijven

 

 

Gerelateerd

Meer over het ontstaan van De Druivenplukkers
Op de foto tijdens de tocht door Frankrijk
Lezing Bijenkorf Amsterdam, 1934: Strooptochten door de Balkan

Historische kranten (6): Twee nachten in de Sneeuw

Onze Aarde 1931A. den Doolaard schreef voor het tijdschrift Onze Aarde de bijdrage Twee nachten in de Sneeuw over nachtelijke ski-avonturen in het gebied van de Mont Blanc. Het doel van die tochten was om de top van de Buet, die het mooiste uitzicht op de Mont Blancgroep geeft, tegen zonsopgang te bereiken.

Dagblad het Vaderland citeerde het artikel in januari 1931:

"De vorige nacht was gemeen zwart en de versche sneeuw rutschte verraderlijk omlaag. Er waren veel „windschilden" (door den wind gevormde platen oppervlakte sneeuw, die los op de poedersneeuw daaronder rustten en daarmee omlaag glijden, wanneer ze onder den druk van de ski door breken). We stegen voorzichtig, opeens een dubbele kreet: we tolden met een losgebroken windschild veertig, vijftig meter omlaag. Toen we onze ski's, beenen en stokken weer evenwijdig hadden, merkten we, dat we op den rand van een afgrondje van een honderd meter waren. We hadden er genoeg van, zwoeren onder het inslikken van eenige druppels Hennessy voor den schrik, nooit meer 's nachts naar hutten te gaan zoeken, gleden stevig remmend een paar honderd meter omlaag, vonden een geweldig rotsblok waar rond de wind een diepe geul geveegd had, deponeerden onze stokken en ski's kruiselings In deze holte, en hielden ons verder bezig met het verorberen van groote hoeveelheden soep. De avond werd doorschoten door lichtende sterreregens, maar weldra hadden we genoeg van dit grootsche schouwspel en kropen samen in den nauwen éénmansslaapzak, die hoog en droog op de zolen der vier ski's lag. Een deken rond de hoofden en een rond de voeten, voltooiden de vreemde slaapkamer. En we sliepen!

Zeven uur. Het eerste gele licht. We rekten een kwartier lang onze stijve, doove ledematen uit en ontbeten spaarzaam. Om acht uur waren we op weg. Om negen uur hadden we het voor driekwart warm. Om tien uur sloegen we onze verkleumde beenen met den steel van de ijsbijl weer levend. Om elf uur waren we op den top. Het was windstil en we zetten thee boven op de oriënteertafel."

Gerelateerd

Andere bijdragen van A. den Doolaard aan Onze Aarde vond ik al eerder bij de Koninklijke Bibliotheek

Historische kranten (5): Malissoren-lied over Mei-prijs

In 1934 weigerde A. den Doolaard de aan hem toegekende Mei-prijs voor zijn boek De herberg met het hoefijzer, omdat hij die moest delen met Jan Engelsman met de dichtbundel Tuin van Eros.

Tijdens de vergadering waarop de prijs wordt bekendgemaakt, neemt A. den Doolaard het woord en verklaart:

"Het spreekwoord zegt: ‘Gedeelde vreugde is dubbele vreugde’. Er is echter tusschen vreugde en een literatuurprijs dit verschil, dat voor mij een halve prijs gelijk staat met géén prijs. En ik meen hier in alle bescheidenheid de jury op een volslagen misvatting van haar taak te moeten wijzen. Indien zij een prijs, die oorspronkelijk voor een boek bestemd is, in tweeën deelt, dan blijkt hieruit duidelijk, dat zij de bekroonde boeken geen van beide den vollen prijs waard acht. Ergo: zij had noch het eene, noch het andere moeten bekronen. Maar iedereen die eergevoel bezit, zal met mij getroffen worden door het lichtelijk beleedigende en belachelijke van een halve bekroning. Kunt u zich een koning voorstellen, die halverwege met hermelijn bekleed is, en met zijn andere lichaamshelft in colbert loopt? Die links van zijn scheiding de helft van een in tweeën gekapte kroon draagt, en rechts enkel doodgewoon haar? Neen, immers. En dit is de voornaamste reden waarom ik de prijs weiger.

Maar er is meer. De Jacob Mees (Mei)-prijs is door den schenker bedoeld als prozaprijs; en dat de helft ervan aan een bundel poëzie wordt toegekend, die bovendien eerverleden jaar verscheen, is een groote onrechtvaardigheid tegenover eenige prozaïsten, die reeds lang voor den prijs in aanmerking kwamen; een onrechtvaardigheid, die ik door aanvaarding van de andere helft stilzwijgend zou goedkeuren. Ik noem in dit verband slechts Albert Kuyle en Albert Helman. Bovendien is de prijs in eersten aanleg bestemd voor een boek spelende in de zakenwereld; en het zal den schenker ongetwijfeld vreemd aandoen hem verdeeld te zien tusschen een hovenier in den tuin van Eros en een beschrijver van woeste Malissoren die op bloedwraak uittrekken.

(...)

Ik ben er mij volkomen bewust van, dat deze weigering een klap in het gezicht der verdeelzuchtige juryleden is. Maar zij hebben er om gevraagd. Het is in dezen tijd natuurlijk moeilijk, een flinke som gelds te moeten derven. Maar ik leef liever van brood en uien in het land der woeste Malisoren, waar eer het hoogste goed is, dan mij hier lafhartig de zakken te laten vullen met geld, waarmee de gever beter en zuiverder bedoelingen had. Bovendien verbiedt mijn eergevoel mij, mij de linker- of rechterhelft van een in tweeën gezaagde kroon op het hoofd te laten zetten. Er is reeds genoeg halfheid in dezen tijd. In vredesnaam nog geen halve bekroningen."
(bron: Nop Maas, De Mei-prijs van de Maatschappij, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1989)

Spotdicht

Anton van Duinkerken reageerde hierop met onderstaand Malissoren-lied (bron: de Gelderlander, 23 juni 1934), waarmee hij suggereert dat het Den Doolaard bij de weigering te doen was geweest om de publiciteit, om daarmee de verkoop van zijn boeken te bevorderen:

Krantenartikel met vers van Anton van Duinkerken over Mei-prijs 1934Spotprent over verdeling prijzen oa meiprijs 1934

Klappen

In A. den Doolaard; portret van een kunstenaar (1982) van Hans van de Waarsenburg verklaarde A. den Doolaard over zijn reactie op deze beschuldigingen:

"Van Duinkerken beschuldigde mij ervan, dat ik de prijs opzettelijk geweigerd had, om zo de verkoop van De herberg met het hoefijzer te bevorderen. Ik vond dat een smerige en vuile aantijging. Een paar dagen later ben ik met een getuige naar het gebouw van De Tijd gegaan. Daar heb ik me laten aandienen. In een spreekkamer moest ik even wachten. Na enkele ogenblikken kwam Van Duinkerken binnen en zette grote ogen op. Ik maakte hem duidelijk dat hij deze grove insinuatie moest terugnemen, maar Van Duinkerken bleef bij zijn standpunt. Hij vond dat hij de waarheid geschreven had. Toen heb ik hem voorgesteld om samen naar  het Vondelpark te gaan, omdat dat de naaste grazige plek in de buurt was. Daar had hij ook geen zin in, waarop ik hem enkele dreunen verkocht heb. Onder het uitstoten van enkele kreten heeft Toon de wijk naar de zetterij genomen. Daar was het incident mee afgelopen."

Vond je het normaal dat je een collega een paar vuistslagen toediende?

"In die tijd was dat niet zo abnormaal. Er werd veel gevochten. Je kon je toen ook gemakkelijk kwaad maken. Vooral op critici, want zij wisten je agresieve gevoelens nog al eens op te wekken."  

Gerelateerd

Krantenarchief de Gelderlander online
Op bezoek bij Boet Kokke, die zich een deel van het spotvers nog wist te herinneren (2007)
Ronald Naar op bezoek bij de Malissoren (1996)
Het vuistrecht in de kunst (1932)

Reacties zijn welkom

Ik vind het leuk om reacties te krijgen, maar heb vanwege grote hoeveelheden spam de reactie-mogelijkheid moeten sluiten.

Reageren kan nog wel per e-mail, mijn mailadres is: voornaam.achternaam '@' gmail . com

vriendelijke groet, Albert Koevoet